Voorlezen is geen bijgerecht

Een leraar voelt zich soms als een conservator in een museum vol jonge bezoekers met plakhandjes. Je koestert iets kostbaars — in mijn geval het voorlezen — en je probeert het te beschermen tegen de goedbedoelde maar soms onhandige beleidsmatige ingrepen van bovenaf. Het is een gevoel dat zich ergens tussen melancholie en milde verontwaardiging nestelt. Want voorlezen is voor mij geen pauzeactiviteit, geen zoethoudertje tussen rekenen en spelling, en al helemaal geen auditieve achtergrondmuziek bij het smeren van een boterham. Nee, het is een vak. Een ambacht. Een moment van gedeelde verwondering, waarin een klas zich als één organisme buigt over een verhaal, een personage, een dilemma. Het is het pedagogisch equivalent van een theaterstuk: zorgvuldig opgebouwd, met ritme, timing, en ruimte voor reflectie. En zoals men niet zou voorstellen om Shakespeare op te voeren tijdens het tandenpoetsen, zo lijkt het mij weinig zinvol om een verhaal voor te lezen terwijl de kinderen hun lunch naar binnen werken.

Auditief behang

Laat me u meenemen naar groep 6, een klas vol nieuwsgierige geesten, half gevormde ideeën en een ontembare drang tot praten tijdens de lunch. Daar, tussen de boterhammen met hagelslag, de zorgvuldig opgebouwde torens van crackers en de mysterieuze inhoud van Tupperwarebakjes, wil men nu dat ik ga voorlezen. Niet uit gemakzucht, laat dat duidelijk zijn, maar om het moment te kunnen registreren als ‘effectieve lestijd’. Een nobel streven, dat zonder twijfel voortkomt uit een verlangen naar efficiëntie en verantwoording — twee begrippen die in beleidskringen vaak met hoofdletters worden geschreven. Maar het getuigt ook van een misverstand. Een misverstand over wat voorlezen werkelijk is, en wat het nodig heeft om tot zijn recht te komen.

Voorlezen is geen auditief behang. Het is geen achtergrondmuziek bij het kauwen. Het is geen educatief sausje over een boterham met pindakaas. Het is een vak. Een kunstvorm. Een ritueel dat vraagt om aandacht, stilte, en de bereidheid om je even over te geven aan een ander universum. Het is het moment waarop een klas zich verzamelt rond een verhaal, zoals mensen zich ooit verzamelden rond een kampvuur. Het is een gelegenheid tot burgerschap, filosofie, tekstbegrip en begrijpend luisteren. Het is het moment waarop ik vraag: “Waarom denk je dat de hoofdpersoon dat deed?” en een leerling antwoordt met een inzicht dat je niet zag aankomen — een klein wonder, geboren uit concentratie en betrokkenheid.

Domein van het sociale leren

Maar dit alles vereist aandacht. Geen halfslachtige aandacht, geen ‘ik luister wel terwijl ik mijn appel schil’-aandacht, maar volledige, onverdeelde aandacht. Aandacht die zich niet laat combineren met het openen van drinkpakjes, het uitwisselen van meloenblokjes of het bespreken van wie er gisteren het snelst was op het schoolplein. Laten we eerlijk zijn: de lunch is het moment waarop kinderen sociaal zijn. Ze praten, lachen, delen, smeken om een hap van elkaars wrap, en voeren gesprekken die minstens zo belangrijk zijn als die in de kring. Het is een moment van verbinding, van informele pedagogiek, van het leren samenleven. Het is het klaslokaal als microkosmos van de samenleving, waarin normen, waarden en vriendschappen worden geoefend en gevormd — vaak met een korstje kaas ertussen.

Daarom stel ik iets anders voor. Laat het voorlezen zijn waar het hoort: in de les, als kapstok voor denken en voelen. Laat het een moment zijn waarop de klas zich kan overgeven aan het verhaal, zonder afleiding, zonder kruimels. En laat de lunch het domein blijven van het sociale leren. Zet een educatief filmpje op — iets over ruimtevaart, dieren, of een aflevering van Het Klokhuis. Iets dat mag kabbelen terwijl de kinderen hun boterhammen eten. Iets dat niet lijdt onder een gebrek aan aandacht, maar juist floreert in de achtergrond.

Want als we alles willen tellen als lestijd, verliezen we misschien uit het oog wat lesgeven werkelijk is: het creëren van betekenisvolle momenten. En betekenis ontstaat niet uit efficiëntie, maar uit aandacht. Aandacht is geen spreadsheetwaarde, geen vinkje in een rooster, maar een levend, ademend fenomeen dat zich niet laat dwingen. Het is de stille magie die ontstaat wanneer een kind zich verliest in een verhaal, wanneer een klas even stilvalt omdat een zin hen raakt, wanneer een leerling fluistert: “Ik denk dat hij dat deed omdat hij zich alleen voelde.” Dat zijn de momenten waarop onderwijs zijn ware gezicht toont — niet als systeem, maar als menselijk proces.

Door het voorlezen te reduceren tot een logistieke oplossing, lopen we het risico het te ontdoen van zijn kracht. We maken van een intiem pedagogisch ritueel een functioneel tijdsblok. En dat is zonde. Want juist in een tijd waarin aandacht schaars is, waarin schermen lonken en prikkels overvloedig zijn, moeten we de momenten koesteren waarin kinderen leren luisteren, nadenken, voelen. Nogmaals: onderwijs begint niet bij efficiëntie, maar bij echte aandacht.

Plaats een reactie

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑