Vorig jaar viel ik de laatste maanden één dag in de week in als leraar in groep 5. Tijdens een instructie, zoals dat gaat, staken kinderen hun vingers op in de hoop het juiste antwoord te mogen geven. De uitverkorene sprak, de rest zuchtte. Niet uit frustratie, maar uit een soort teleurgestelde herkenning: “Dat wilde ik ook zeggen!” En toen, als een soort onderwijskundige improvisatie, zei ik: “Als je hetzelfde antwoord ook in gedachte had, geef jezelf dan een schouderklopje.”
Een grapje. Een luchtige opmerking. Een pedagogisch niemendalletje.
Of toch niet?
Want wat begon als een gekscherende suggestie, groeide uit tot een ritueel. Eerst wat onwennig, met schuchtere bewegingen en giechelende blikken. Maar nu ik deze klas, een jaar later, in groep 6 vijf dagen in de week mag onderwijzen, is het een vanzelfsprekendheid geworden. Tijdens instructies zie ik het gebeuren: een leerling krijgt de beurt, geeft het juiste antwoord, en om hem heen zie ik armen bewegen, handen die zachtjes op schouders tikken — een stille bevestiging van eigen kunnen.
En het mooiste? Ze doen het zonder mijn aanmoediging. Het is van hen geworden. Een cultureel fenomeen binnen de klas. Een ritueel van zelfvalidatie.
De kracht van de stille bevestiging
In een wereld waarin kinderen voortdurend worden beoordeeld, vergeleken en gecorrigeerd, is het vermogen om jezelf te erkennen een zeldzaam goed. Het schouderklopje is geen schreeuwerige “kijk mij eens goed zijn!”-actie. Het is een fluistering van zelfvertrouwen. Een innerlijke glimlach. Een pedagogisch juweeltje.
Het leert kinderen dat hun waarde niet uitsluitend afhangt van externe erkenning. Dat weten dat je iets goed hebt, ook waardevol is als niemand het ziet. Dat je niet altijd de beurt hoeft te krijgen om te weten dat je ertoe doet.
De rol van de leerkracht
Natuurlijk, ik geef een dikke duim omhoog als ik het zie. Niet om het gedrag te belonen, maar om het te erkennen. Want erkenning is de zuurstof van motivatie. Maar ik ben niet langer de motor van dit gedrag. Ik ben slechts de toeschouwer van een proces dat zich autonoom heeft ontwikkeld.
En dat is misschien wel het mooiste compliment dat een leerkracht kan krijgen: dat iets wat je hebt geïnitieerd, zonder jouw voortdurende sturing blijft bestaan. Dat het wortel heeft geschoten in de cultuur van de klas.
Een pleidooi voor pedagogische poëzie
Laat dit een pleidooi zijn voor de kleine dingen. Voor de gekscherende opmerkingen die, mits gevoed door vertrouwen en herhaling, kunnen uitgroeien tot pedagogische poëzie. Voor het idee dat onderwijs niet alleen gaat over instructie en toetsing, maar ook over het creëren van een klimaat waarin kinderen leren zichzelf te waarderen.
Want uiteindelijk is dat misschien wel de kern van goed onderwijs: kinderen helpen om hun eigen waarde te zien, zelfs als niemand kijkt.
Plaats een reactie